Type B versus type C: het fundamentele onderscheid
Een type B-toestel zuigt verbrandingslucht uit de opstellingsruimte en voert rookgassen via een open schoorsteenkanaal naar buiten. De trek is afhankelijk van het onderdruk in de schoorsteen. Een type C-toestel is volledig gesloten: luchttoevoer én rookgasafvoer verlopen via een geïsoleerd dubbelwandig systeem rechtstreeks naar buiten, onafhankelijk van de binnenluchtkwaliteit. Type C elimineert het CO-risico in de opstelruimte en is technisch de veiligste keuze. Belangrijk voor verbouwingen: sinds 1 september 2015 ([NBN D 51-003], van kracht als code van goede praktijk) mogen in slaapkamer, badkamer, stortbadruimte of toilet geen nieuwe type B-toestellen meer geplaatst worden, voor alle soorten woningen.
Materiaalkeuze rookgasafvoer
De materiaalkeuze hangt af van het type ketel:
- Niet-condenserende ketel (type B, hoge temperatuur): klassiek enkelvoudig rookgaskanaal in roestvast staal (RVS 316L of gelijkwaardig) of keramisch gemetst kanaal, bestand tegen condensatiezuren en hoge temperaturen. Enkelvoudig systeem is toegestaan mits trek voldoende negatief is.
- Condenserende ketel: rookgassen zijn vochtig en zuur (pH ≈ 2–4). Verplicht gebruik van condensatiebestendig materiaal: RVS 316L, of goedgekeurd kunststof (PP of PPs) voor lage temperatuur. Een bestaande gemetselde schouw moet in dat geval worden ingereden met flexibele kunststof- of RVS-liner — een gewone schouw is niet bestand tegen condensatiezuren.
- Dubbelwandige systemen (type C, concentrisch of parallel) combineren luchttoevoer en rookgasafvoer in één doorvoer. Materiaal en afmetingen worden door de fabrikant voorgeschreven in de technische documentatie; de installateur moet die strikt volgen (CGP).
Schoorsteentrek en drukmeting
Voor type B op natuurlijke trek is een negatieve druk in het rookgasafvoerkanaal wettelijk verplicht. De grenswaarden staan in het Stooktoestellenbesluit:
- Stookolie: minimaal −5 Pa [Art. 4 §2]. Minder negatief dan −5 Pa = niet veilig, attest mag geen groen licht geven.
- Gas: minimaal −3 Pa [Art. 5 §2]. Tussen −3 en −5 Pa: technisch OK maar verplichte opmerking op het attest. Minder negatief dan −3 Pa (bv. −1 Pa of positief) = niet veilig.
De meting gebeurt met een manometer in de voorziene meetopening, bij bedrijfstemperatuur en gesloten stooklokaal. Een onvoldoende trek kan wijzen op een verstopte of te korte schoorsteen, winddruk, of onvoldoende verbrandingsluchtaanvoer.
Dichtheid en verluchting
De gasdichtheid van de rookgasafvoerende delen moet altijd gegarandeerd zijn — voor gas uitdrukkelijk vermeld [Art. 5 §3], voor stookolie en vaste brandstof als onderdeel van de code van goede praktijk. Een lek in het rookgaskanaal bínnen de woning is een ernstig veiligheidsrisico (CO-verspreiding). Voor type C-toestellen moet de dichtheid van het volledige concentrische systeem verzekerd zijn [Art. 5 §4].
De verluchting van het stooklokaal is wettelijk gekoppeld aan het vermogen en de brandstof:
- < 70 kW gas: [NBN D 51-003] (aardgas) of [NBN D 51-006] (LPG).
- < 70 kW stookolie: [NBN B 61-002] of, indien die norm niet van toepassing is, de rekenregel uit het besluit: lage verluchting 3 cm²/kW (min. 50 cm²), hoge verluchting 1 cm²/kW (min. 50 cm²) — nuttig, onbelemmerd en niet-afsluitbaar.
- ≥ 70 kW alle brandstoffen: [NBN B 61-001] — eigen stooklokaal met specifieke brandweerstand en verluchtingseisen.
Een venster of andere afsluitbare opening telt nooit als wettelijke luchttoevoer.
Wat wordt gecontroleerd bij onderhoud en keuring (Art. 13)?
Bij zowel keuring vóór ingebruikname als periodiek onderhoud controleert de erkende technicus het rookgasafvoersysteem als vast onderdeel [Art. 13]:
- Type B: het kanaal wordt mechanisch geveegd (of het schoorsteenveegverslag wordt vooraf opgevraagd), de dichtheid gecontroleerd, de werking van de afvoer nagekeken en de schoorsteentrek gemeten.
- Type C: controle op dichtheid van het volledige systeem, staat van de leidingen en doorvoer naar buiten; reiniging enkel bij sterke verontreiniging.
- Voor alle types: aanwezigheid van de meetopening in het rookgaskanaal. Toestellen geplaatst vanaf 1 juni 2007 moeten altijd een meetopening hebben; voor oudere type B-gastoestellen is die ook verplicht. Ontbreekt ze: de technicus moet ze laten aanbrengen vóór de verbrandingscontrole kan worden uitgevoerd.
- Verbrandingscontrole: sonde in de meetopening, nooit op intern meetpunt. Twee meetreeksen verplicht: initieel (vóór onderhoud) en eindmeting (na afregeling).
Een toestel dat voldoet aan de verbrandingswaarden maar een onvoldoende schoorsteentrek heeft, scoort veiligheid: niet OK — ook al zijn de emissies in orde. Beide beoordelingen (goede staat + veilige staat) moeten afzonderlijk positief zijn voor een groen eindattest.
Wettelijke bronnen:
-
Art. 4 — Veilige staat
(3. Goede + veilige staat van werking > 3.1 Veilige staat (Art. 4 §2/§3, Art. 5 §2/§3/§4, Art. 6 §2))
-
Art. 5 — Veilige staat
(3. Goede + veilige staat van werking > 3.1 Veilige staat (Art. 4 §2/§3, Art. 5 §2/§3/§4, Art. 6 §2))
-
Art. 13
(Stooktoestellenbesluit > Art. 13)
-
NBN D 51-003 — Aardgas-binneninstallaties bij lage druk
(NBN D 51-003)
-
NBN D 51-006 — LPG-binneninstallaties (propaan, butaan)
(NBN D 51-006)
-
NBN B 61-002 — Stooklokalen < 70 kW (stookolie)
(NBN B 61-002)
-
NBN B 61-001 — Stooklokalen ≥ 70 kW
(NBN B 61-001)
Inhoud opgesteld op basis van het Vlaams Stooktoestellenbesluit (BVR 8 dec 2006) en de Aandachtspunten-bundel van het Departement Omgeving. Voor de officiële tekst raadpleegt u omgevingvlaanderen.be/erkenningen.
Heeft u een afspraak nodig?
Wij regelen onderhoud, keuring of herstelling voor uw Vaillant- of Bulex-ketel.
Maak nu uw afspraak
← Alle artikels