Mazoutketel: waarom jaarlijks onderhoud?
Strengere frequenties + specifieke aandacht voor brander en tank
Strengere frequenties + specifieke aandacht voor brander en tank
De frequentieverschil staat in [Art. 8, 4°] en heeft een zuiver technische grond: stookolie is een koolwaterstof-mengsel met zwavel en onzuiverheden die bij verbranding roet, koolstofaanslag en zwavelzuurdeeltjes achterlaten op warmtewisselaar, brander en rookgasafvoer. Gas (aardgas of LPG) verbrandt veel schoner en laat nauwelijks vaste verbrandingsresten achter. De aanslag bij een mazoutinstallatie vermindert het rendement meetbaar binnen één stookseizoen, verhoogt het CO-risico, en tast metaaloppervlakken aan door zwavelzuur-condensatie. Bij gas ontstaat dat probleem in één jaar nauwelijks; vandaar de termijn van maximaal twee jaar voor gas tegenover één jaar voor vloeibare brandstof.
Het volledige onderhoud bestaat verplicht uit een reinigingsbeurt gevolgd door een verbrandingscontrole [Art. 13]. Volgorde is niet vrij te kiezen: eerst reinigen, daarna meten.
Reiniging omvat:
Na de reiniging voert de technicus een rookgasanalyse uit op bedrijfstemperatuur, sonde in de voorziene meetopening — nooit op een intern meetpunt [Art. 4 §1]. Voor stookolie gelden de volgende grenswaarden (voor goede staat van werking):
| Parameter | Grenswaarde |
|---|---|
| CO (@ O2 = 0%) | ≤ 155 mg/kWh |
| Rendement (op onderwaarde HI) | ≥ 90 % |
| Bacharach-getal (roetgetal) | ≤ 1 |
| O2 | ≤ 4,4 % |
| CO2 | ≥ 12 % |
De Bacharach-meting (roetpomp + filtreerpapier) toont de aanwezigheid van onverbrande koolstofdeeltjes. Een waarde hoger dan 1 wijst op een slecht afgestelde brander of vervuilde installatie. Daarnaast geldt: geen zichtbaar oliespoor op het filtreerpapier [Art. 4 §1 1°] — een oliespoor duidt op een te rijke verbranding of lekkage aan de brander. De technicus noteert zowel de initiële meting (vóór onderhoud) als de eindmeting (na afregeling) op het verbrandingsattest. Voor de veilige staat geldt bovendien dat de trek in het rookgasafvoerkanaal bij type B op natuurlijke trek minstens -5 Pa moet bedragen [Art. 4 §2].
De tank zelf valt buiten de directe scope van het Stooktoestellenbesluit, maar de technicus inspecteert bij zijn ronde wel de zichtbare delen van de brandstofinstallatie als onderdeel van de veilige staat van werking:
Let op: voor ondergrondse stookolietanks gelden aparte verplichtingen (VLAREM II / VLAREM III) die buiten het Stooktoestellenbesluit vallen. Daarvoor is een erkend bodemonderzoeker bevoegd, niet de stooktoestellentechnicus.
Een jaarlijks onderhoud door een erkende technicus vloeibare brandstof (TV) is geen commerciële keuze maar een wettelijke verplichting [Art. 8, 4°]. De technicus levert na afloop een reinigingsattest én verbrandingsattest af [Art. 15 §2]; u bewaart de twee meest recente attesten bij het toestel. Bij vastgestelde gebreken heeft u drie maanden om te herstellen en een nieuw onderhoud te laten uitvoeren [Art. 10 §2].
Inhoud opgesteld op basis van het Vlaams Stooktoestellenbesluit (BVR 8 dec 2006) en de Aandachtspunten-bundel van het Departement Omgeving. Voor de officiële tekst raadpleegt u omgevingvlaanderen.be/erkenningen.
Heeft u een afspraak nodig?
Wij regelen onderhoud, keuring of herstelling voor uw Vaillant- of Bulex-ketel.